Missie en visie
Missie
Op De Regenboog bieden we een veilige, christelijke/Bijbelgetrouwe omgeving, waarin ieder kind zich naar eigen vermogen kan ontwikkelen. We onderwijzen en ondersteunen hen om te groeien in hun ontwikkeling naar betrokken, reflectieve en verantwoordelijke mensen.
Visie
Wanneer kinderen De Regenboog verlaten, hopen en bidden we dat ze een persoonlijke relatie met God hebben opgebouwd, betrokken zijn op de ander en de wereld, weten wie ze zijn en wat ze kunnen en klaar zijn voor het voortgezet onderwijs.
Strategie
Wij hebben een uitdagend en modern onderwijsaanbod: ons onderwijs stimuleert kritisch en creatief denken, eigenaarschap, reflectief en probleemoplossend vermogen en samenwerken. Het sluit aan bij wat onze kinderen in de toekomst nodig hebben om een plek in te kunnen nemen in de samenleving;
Wij hebben een pedagogisch veilig klimaat: als betrokken onderwijsprofessionals werken we met een positieve benadering vanuit een liefdevolle en kindgerichte aanpak;
Wij geven het goede voorbeeld: wij zijn de spiegels van Gods Liefde. In ons werken en leven zijn wij een voorbeeld voor de kinderen en voor elkaar. Ons christelijk onderwijs is Bijbelgetrouw;
Wij hebben hoge verwachtingen van onze kinderen: in alles wat wij doen, zijn wij gericht op de ontwikkeling van onze kinderen. Wij werken doelgericht en houden goed zicht op de voortgang en de resultaten.
Kernwaarden
- Wijsheid: "De basis van alle kennis is eerbiedig ontzag voor onze God, de Heere" (Spreuken 1:7)
- Rechtvaardigheid: "Maar laat het recht stromen als water, de gerechtigheid als een altijd voortvloeiende beek" (Amos 5:24)
- Moed: “De meesten van de broeders en zusters zijn door mijn gevangenschap bemoedigd om des te vrijmoediger en onbevreesder het woord van God te verkondigen” (Filippenzen 1:14)
- Zelfbeheersing: Het vermogen om verlangens en gedrag te sturen, zodat we bezonnen en rechtvaardig leven. Gods genade vormt ons daarin: zij leert ons om nee te zeggen tegen het kwade en bewust te kiezen voor een leven in ontzag voor God (naar Titus 2:12)